Apparently Richard Tulpin is better informed then our respected and generally well informed Captain Deltic who has been so kind for us to count the days since last Rolling Stock order. This week Railway Herald (issue 300 page 11) had the première by announcing that DafT is planning to add a whopping 28.000 "new sets" to the WestCoast.
One might ask if Derby city council is aware of this wonderful news and is planning new residential development to accommodate the workforce required to build the new fleet of trains in it's local train building facility which was till yesterday short of orders.
Maarten Otto
donderdag 2 februari 2012
vrijdag 27 januari 2012
De Mini Fyra
Mini, het woord doet je denken aan een kleine auto uit de vorige eeuw. Klein maar fijn, en een enorm succes. Zo groot zelfs dat deze eeuw met weemoed werd terug gekeken naar dit grappige wagentje dat al ruim twintig jaar uit productie was. En wie nu een Mini wil, mag flink in de buidel tasten. Het wagentje is volledig her-ontworpen en is een blitse verschijning op 's lands wegen. De Mini was vroeger een klein Engels karretje dat iedereen in staat stelde een auto te hebben. De Mini werd groot, en is dat gebleven tot op de dag van vandaag.
Een andere Mini vinden we aan de andere kant van de wereld. De bakermat van het huidige Hoge Snelheid rijden begon in de dertiger jaren in Japan. Enorme capaciteitsproblemen dwongen de spoorwegen tot de bouw van een nieuwe spoorlijn. Shin-Kansen werd geboren en men begon met de bouw. Oorlogen en andere gebeurtenissen zorgden er op hun beurt voor dat de lijn uiteindelijk in 1964 werd geopend. Deze nieuwe lijn liet aanzienlijk hogere snelheden toe, mede dankzij het, voor Japan ongebruikelijke “Normaal spoor”. De spoorbreedte die wij in Europa hanteren. Het net van Hogesnelheidslijnen groeide gestaag, maar daarmee kwamen ook de problemen om de hoek kijken. Is het namelijk wel zinvol om een volledige HSL te bouwen naar minder druk bevolkte delen van het land?
De oplossing werd gevonden in een Mini. Een trein die “een stukje” gebruikt maakt van de hogesnelheidslijn en vervolgens via het reeds bestaande net zijn weg vervolgd. Deze Mini-Shinkansen rijd geen 250 tot 340 kilometers per uur om van de ene naar de andere kant van het land te suizen, maar is juist bedoeld om gebieden te ontsluiten door wel over de HSL te rijden en daar ook een goede snelheid te halen, maar ook om een economisch verantwoorde verbinding te verzekeren daar de bouw van een volledig nieuwe HSL gewoonweg te duur was. Een mooi compromis dat een groot succes verhaal werd.
Ook in Nederland kennen we zo'n verbinding zoals hierboven omschreven waar een trein “een stukje HSL” kan meepakken, net even iets sneller kan rijden, en zo een enorme economische en sociale impact kan hebben op de regio in positieve zin. Ik heb het hier over de relatie Breda – Antwerpen.
De vraag is niet of je een snelle verbinding wil tussen beide steden, maar hoe deze er uit moet zien. Ja, er moet een goede frequente verbinding worden opgezet tussen beide steden, maar moet dat ten koste gaan van treinen die bijvoorbeeld op het traject Rotterdam – Zwolle via de HSL, Flevolijn en Hanzelijn (alle drie trajecten die hoge snelheden toestaan) beter tot hun recht komen dan op een traject van pakweg 45 kilometer? (iets minder lang dan de Noordsectie van de HSL-Zuid). Daarbij moet je indenken dat juist deze verbinding bij uitstek geschikt is om ook te halteren in Noorderkempen waardoor snelheden hoger dan 200 kilometer per uur niet meer tot de mogelijkheden behoren. En daarmee kom je op een soortgelijk vraagstuk als de Japanners. Moet iets groots worden ingezet als iets kleiner beter tot zijn recht komt? Moet je treinen inzetten die 250 kilometer per uur kunnen halen op een stuk waar ze die snelheid nooit zullen aantikken, of komt een regionale trein die 160 kilometer per uur kan halen beter tot zijn recht?
Kan een regionale “Mini Fyra” met 160 kilometer per uur net zo'n groot succes worden als zijn grote broer? Want zoals de auto uit de zestiger jaren al heeft bewezen... Zelfs een Mini zou groot kunnen zijn.
DISCLAIMER: Bovenstaand artikel is ter goedkeuring aangeboden aan het management van NSHispeed en geschikt bevonden voor openbaarmaking.
Een andere Mini vinden we aan de andere kant van de wereld. De bakermat van het huidige Hoge Snelheid rijden begon in de dertiger jaren in Japan. Enorme capaciteitsproblemen dwongen de spoorwegen tot de bouw van een nieuwe spoorlijn. Shin-Kansen werd geboren en men begon met de bouw. Oorlogen en andere gebeurtenissen zorgden er op hun beurt voor dat de lijn uiteindelijk in 1964 werd geopend. Deze nieuwe lijn liet aanzienlijk hogere snelheden toe, mede dankzij het, voor Japan ongebruikelijke “Normaal spoor”. De spoorbreedte die wij in Europa hanteren. Het net van Hogesnelheidslijnen groeide gestaag, maar daarmee kwamen ook de problemen om de hoek kijken. Is het namelijk wel zinvol om een volledige HSL te bouwen naar minder druk bevolkte delen van het land?
De oplossing werd gevonden in een Mini. Een trein die “een stukje” gebruikt maakt van de hogesnelheidslijn en vervolgens via het reeds bestaande net zijn weg vervolgd. Deze Mini-Shinkansen rijd geen 250 tot 340 kilometers per uur om van de ene naar de andere kant van het land te suizen, maar is juist bedoeld om gebieden te ontsluiten door wel over de HSL te rijden en daar ook een goede snelheid te halen, maar ook om een economisch verantwoorde verbinding te verzekeren daar de bouw van een volledig nieuwe HSL gewoonweg te duur was. Een mooi compromis dat een groot succes verhaal werd.
Ook in Nederland kennen we zo'n verbinding zoals hierboven omschreven waar een trein “een stukje HSL” kan meepakken, net even iets sneller kan rijden, en zo een enorme economische en sociale impact kan hebben op de regio in positieve zin. Ik heb het hier over de relatie Breda – Antwerpen.
De vraag is niet of je een snelle verbinding wil tussen beide steden, maar hoe deze er uit moet zien. Ja, er moet een goede frequente verbinding worden opgezet tussen beide steden, maar moet dat ten koste gaan van treinen die bijvoorbeeld op het traject Rotterdam – Zwolle via de HSL, Flevolijn en Hanzelijn (alle drie trajecten die hoge snelheden toestaan) beter tot hun recht komen dan op een traject van pakweg 45 kilometer? (iets minder lang dan de Noordsectie van de HSL-Zuid). Daarbij moet je indenken dat juist deze verbinding bij uitstek geschikt is om ook te halteren in Noorderkempen waardoor snelheden hoger dan 200 kilometer per uur niet meer tot de mogelijkheden behoren. En daarmee kom je op een soortgelijk vraagstuk als de Japanners. Moet iets groots worden ingezet als iets kleiner beter tot zijn recht komt? Moet je treinen inzetten die 250 kilometer per uur kunnen halen op een stuk waar ze die snelheid nooit zullen aantikken, of komt een regionale trein die 160 kilometer per uur kan halen beter tot zijn recht?
Kan een regionale “Mini Fyra” met 160 kilometer per uur net zo'n groot succes worden als zijn grote broer? Want zoals de auto uit de zestiger jaren al heeft bewezen... Zelfs een Mini zou groot kunnen zijn.
DISCLAIMER: Bovenstaand artikel is ter goedkeuring aangeboden aan het management van NSHispeed en geschikt bevonden voor openbaarmaking.
Abonneren op:
Posts (Atom)
